Lente

Lente
woordkaarten; harken, zaaien, de narcis, de krokus, het ei, bloemen, de knop, de plant, de bloempot, de bloesem, het paard, het veulen, het varken, het biggetje, de eend, het kuiken, de kip, de haan en de vogel.

Bent u blij dat het weer lente is? Misschien is het nu nog helemaal niet zo warm of regent het, maar u weet dat binnenkort langzamerhand alles om u heen gaat veranderen als het echt voorjaar wordt. De temperatuur stijgt, het is langer licht, de klok wordt verzet, de winterkleren worden opgeruimd en de natuur verandert zichtbaar. Kale bomen verdwijnen en de takken zitten soms in korte tijd vol blad. U ziet vrolijke bloemenstalletjes met lentebloemen en er is weer werk te doen in de tuin of op het balkon.

 

Weet u hoe uw kind deze veranderingen beleeft? Veel kinderen reageren nieuwsgierig op wat er in hun omgeving gebeurt. Er zijn ineens zoveel vogels die fluiten. Waar slapen die vogels eigenlijk ’s nachts? In het park lopen jonge eendjes die al goed kunnen zwemmen en in de sloot kun je kikkerdril vinden. Hoe groeit daar een kikker uit? De bomen in de straten krijgen bladeren maar in het pad met populieren liggen overal pluizen op de grond. Het zijn net watjes. Wat is dat eigenlijk? ’s Avonds is het langer licht en kan uw kind misschien nog even buitenspelen voordat het gaat slapen. Dat voelt heel anders dan binnen zijn met de lamp aan, zoals in de winter.

 

Het Piramide-project waar we nu mee beginnen gaat over wat er allemaal gebeurt in de lente. We bespreken en onderzoeken alles wat er verandert in dit seizoen. Buiten is het meest te zien: de bomen krijgen bladeren, het gras in de bermen wordt hoog, in de tuinen bloeien de prunus en de forsythia en wordt het gras gemaaid. Op de balkons van de flats zie je steeds meer bloembakken.

 

Maar ook binnen doen en ontdekken we van alles. Er worden bloemen en planten gezaaid in bakken en die moeten goed verzorgd worden. We leren over kikkerdril en kikkers, over eitjes waaruit rupsen komen die veranderen in vlinders. We spelen dat we van alles kopen en verkopen in het tuincentrum. Uw kind leert veel nieuwe woorden en begrippen, versjes en liedjes.

 

Doet u thuis mee?

Bekijk eens wat er in uw eigen directe omgeving precies verandert nu het lente wordt. Is dat iets dat uw kind zal boeien? Krijgt de struik bij de zandbak nieuwe blaadjes? Bloeien er krokussen in de tuin of in het park in de buurt? Als uw kind wakker wordt, hoort het dan het drukke gefluit van de vogels? Praat er met uw kind over hoe anders het nu gaat worden. De koude winter is voorbij. Nu wordt het lente. De zon voelt al warmer als die op je gezicht schijnt. En na de lente komt de zomer. Het duurt nog heel lang voor het weer herfst en winter wordt.

 

Met welke karweitjes zal uw kind graag willen helpen? Bedenk hoe u uw kind kunt betrekken bij het opruimen van de winterspullen en de winterrommel in de tuin. Uw kind kan helpen met de stoep vegen en takjes en blaadjes van het gras harken of takken rapen. Het zal graag sjouwen met emmers en meekliederen als u de terrasstoelen schoonmaakt. Of helpen met planten in de grond zetten door een gat te graven, de grond aan te stampen en water te geven met een gieter.

 

Hoe lang duurt de lente? Wanneer heb ik voorjaarsvakantie? En wanneer is de lente afgelopen? Begint dan de zomer? Uw kind krijgt steeds meer een idee over hoe de tijd verloopt en heeft daar vragen over. Geef het kind een eigen kalender of maak er samen een. Markeer waar de lente begint en eindigt, geef aan welke dagen uw kind niet naar school hoeft. Uw kind kan de dagen die voorbij zijn telkens doorkruisen. En hoe is het weer op deze dag geweest? Uw kind kan wolkjes tekenen of regen of een vrolijk zonnetje.

 

Maak op een mooie  lentedag met het gezin een lentewandeltocht in een natuurgebied dat u mooi vindt. Laat uw kind lekker spelen met alles wat het onderweg tegenkomt en wil onderzoeken. Doe mee met het goed bekijken van spannende kriebelbeestjes die uw kind onderweg ontdekt en misschien wel vangt. Er zijn terreinen die beheerd worden door natuurmonumenten waar koeien of paarden vrij rondlopen. Dat is extra spannend natuurlijk!

 

Onderweg in de auto of op de fiets ontdekt uw kind ook van alles of u wijst dingen aan, als u in het buitengebied bent bijvoorbeeld. Let op of er ergens in een wei veel lammetjes zijn of paarden met veulens. In de bermen is het misschien geel van de boterbloemen of staat het vol schermen fluitenkruid. Stap eens uit en pluk de bloemen en de hoge grassen. Thuis zet u de bloemen in een vaas. Zo merkt uw kind dat bloemen niet altijd in een winkel gekocht worden en krijgt het waardering voor wat de natuur biedt.

 

Wat kinderen graag doen

Als u uw kind helpt, kan het veel plezier beleven aan het zelf zaaien en kweken van bloemen. Laat uw kind in een tuincentrum zelf kiezen welke bloemen het zou willen zaaien. Let erop dat het eenjarige bloemen zijn die een niet te lange kiemtijd nodig hebben. Een leuk voorbeeld zijn zonnebloemen waarvoor pitten in de grond gestopt moeten worden. Veel bloemen moeten voorgezaaid worden en eerst binnen ontkiemen. Hoe dat gaat staat op de verpakking vermeld. Begeleid uw kind bij het zaaien en het verzorgen van het zaaigoed. Het is spannend om te wachten tot het moment dat uw kind de eerste bloemen ontdekt.

 

Een versje: Vergeet-mij-nietjes

 

Ik geef jou                                Ik geef jou

Rozen                                        akeleitjes

Boterbloemen                         anemonen en

En jasmijn                                 margrietjes 

 

Ik geef jou                                 maar het liefst

Viooltjes                                    geef ik jou

Korenbloemen                         deze

En karmozijn                             vergeet-me-nietjes!

 

Een liedje: Lente in de wei

 

Lekker op de fiets, fiets, fiets rijd ik langs de wei.

Daar zie ik een lammetje met een schaap erbij.

Beh, zegt het schaap en het lammetje verstopt zich in de wei.

Luister maar je kunt hem horen: daar zit hij!

 

Voorlezen

Op school worden tijdens het project meerdere boeken voorgelezen die goed aansluiten bij het thema “lente”. Dat voorlezen gebeurt een paar keer, steeds op een andere manier. Zo leert uw kind het verhaal goed kennen.